In de randstad, speciaal Amsterdam, kent men het erfpachtstelsel, waarin de eigendom van de grond gescheiden is

van de eigendom van de er op staande gebouwen. Wel, Rekken is heel duidelijk niet Amsterdam....

In de 17e eeuw was het meeste land eigendom van hoge heren, en er waren ook nog rechten op dat land, van soms weer andere hoge heren en/of de kerk.

In de O.A.T.'s van  de kadastrale kaarten van Rekken 1830 vinden we een zeer homogeen eigendomsverhaal. Van de 1532 percelen zijn er 1529 met alleen een naam en voornaam  in de kolommen √čigenaren en vruchtgebruikers". Van eigenaren van buiten Rekken is gezien de reistijd niet waarschijnlijk dat zij zelf de grond exploteerden: daar was  waarschijnlijk verpachting in het spel. Dit wordt niet vermeld, staat ook niet in de tabelkop. Dat betekent, dat een naam zonder nadere aanduiding waarschijnlijk duidt op volle eigendom.

Opstandrecht

Er zijn slechts drie uitzonderingen waar maast de  eigenaar ook een andere rechthebbende genoemd wordt:

 sectiekaart
blad
 O.A.T.-
bladzijde
No. der percelen op het kadastrale planEIGENAREN EN VRUCHTGEBRUIKERSSOORT DER EIGEN-DOMMEN 
 NAMEN VOORNAMEN
C 3 21 701 Rekken; 
Recht van Opstand: 
G.J Odink
de markt van

erf schuur

B 4 6 206 Rekken; 
Regt van Opstand: 
Harmen Simens
de markt van erf schuur
B 4 6 203 Rekken;
Regt van opstand: 
de diaconie van Rekken
de markt van erf schuur


Merk op, dat het telkens dezelfde is die het recht van opstand verleent, namelijk de Marke van Rekken. Het gaat ook telkens om een schuur op marke-grond. Dat staat er simpeltjes, maar bouwen op marke-grond had blijkens de marke-boekhouding heel wat voeten in de aarde. Het was in principe illegaal, tot het op zeker moment werd gedoogd tegen betaling. Hier werd alleen het opstandrecht gevestigd, wellicht om de prijs te drukken.

Een van de houders van het opstandrecht is de diaconie. Dat is een opvallende constructie, omdat de diaconie dus als extra schakel tussen de eigenaar en de gebruiker (waarschijnlijk een pachter) staat. Dit betreft de boerderij Jordens. Van de andere twee is de rechthebbende waarschijnlijk de boer.

Veiling van uitgangen, tienden, garven 1829 Zutphen, o.a. Gelink en Elfers

Tiend

Volle eigendom wil niet overal zeggen vrij van lasten: er bestond ook nog steeds het middeleeuwse tiendrecht.
Dat is een van de dingen die Napoleon vergat te hervormen.

Het innen van tienden (bijna altijd in natura) was een karwei dat je moeilijk van afstand kon doen: overal "de tiende gast"  of "de zware garve" inzamelen, natuurlijk in kort tijdsbestek, was niet te doen. De tegenwaarde in geld hadden de boeren zelden paraat. Daarom werd het recht om deze tienden te innen vaak verpacht aan iemand met voldoende middelen, die ter plaatse goed bekend was. In Rekken bv had Hemsink de tienden voor het bisdom Munster in pacht. Jan IJsvordinck pachtte van de erven Merveld de tiend op 3 erven (Dijcke, Abbinck en Ensinck).(zie Verponding 1644).

In de loop der tijd kwamen veel tiendrechten in handen van de staat. Op een verpachting van deze tienden op 16 juli 1829 kwam onder andere de tiend op de Rekkense erven Elfers en Gelink onder de hamer..  Zie op de scan hiernaast de veelheid van namen en tarieven die allerlei tienden in de loop der tijden hadden aangenomen.

Het tiendrecht is  in heel Nederland pas afgeschaft bij wet van 1907.

Joomla templates by a4joomla